ECI Literatuurprijs #6: ‘Moedervlekken’, Arnon Grunberg

Wat betekent het eigenlijk om te leven? Die vraag roept ‘Moedervlekken’ van Arnon Grunberg op. Vandaag, op de dag van de uitreiking van de ECI literatuurprijs, de laatste boekbespreking in deze reeks. 

Oscar Kadoke is psychiater. Hij zorgt voor zijn oude, hulpbehoevende moeder, een Joodse vrouw die de kampen heeft overleefd. Kadoke werkt bij de crisisdienst, hij doet aan suïcidepreventie. Op de eerste bladzijde lezen we, als Kadoke het gazon voor zijn moeders huis bewatert: ‘Jarenlang is het hier goed onderhouden, met liefde is aan deze tuin gewekt, in elk geval met volharding en verantwoordelijkheidsgevoel die niet van liefde te onderscheiden zijn. Doorzettingsvermogen is ook liefde- de weigering om op te geven, de weerzin om te verliezen, om te sterveb, allemaal vormen van liefde.’  Kadokes leven, en dat van zijn moeder, presenteert zich net zo: het is een kwestie van doorgaan, de ene handeling na de andere plaatsen.
De stijl van de roman past zich naadloos aan dit thema aan: het kabbelt en babbelt maar door. Hier en daar doet het plat en vlak aan, maar dat is ook wat het leven van Kadoke is: vlak. Als hij zich laat gaan, in de openingscènes met de Nepalese verzorgster Rose, en meent dat hij liefde voor haar voelt opvlammen, zijn de gevolgen meteen groot. Geweld en isolement volgen.
Waar andere personages nog idealen hebben, zoals de nieuwe collega van Kadoke, Dekha, betekent bij Kadoke zijn vak ook niets meer en niets minder dan mensen tegenhouden dood te gaan. Hij maakt zich geen illusies over geluk of genezing. De roman volgt een pad van steeds verdere grensoverschrijding: Kadoke is niet meer de zoon die zijn moeder af en toe bezoekt, maar haar verzorger, en in de scènes met Michette, de patiënt die hij meevoert zijn privéleven in, wordt steeds schimmiger wie nu gek is, en wie gezond.
Voor Kadoke lijkt dat geen vraag; de enige opdracht is door te gaan. Hoe grensoverschrijdend je dat vorm kunt geven, wordt duidelijk in het thema van plaatsvervanging. Kadokes moeder is niet zijn moeder, maar zijn vader die haar plaats innam na haar sterven. Ultiem verzet tegen afscheid, dat ook optreedt als Kadoke de plaats van de Nepalese verzorgsters in heeft genomen, en aangeeft nu de verzorgsters te belichamen.

Het boek is deprimerend. Het valt te lezen als een oorlogsboek, een tweedegeneratieboek van gereduceerd leven. Behalve verwarring die door Kadoke wordt gevoeld als liefde (voor moeder danwel vader, voor Rose) is er in dit hoop geen hoop, geen lucht, geen uitzicht. Ik lees het uit op de dag na de verkiezingsoverwinning van Donald Trump. De menselijkheid is sneller kapot te maken dan te genezen, is een gedachte die bij mij opkomt als ik het boek dichtsla. Zoals het gazon van Kadokes moeder, waarover we de volgende verzuchting lezen: ‘Tragisch dat zo’n korte periode zo’n ravage aanricht.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *