Eci Literatuurprijs #4: ‘Op de rok van het universum’, Tonnus Oosterhoff

Na 71 verhaaltjes, de meeste niet langer dan één alinea, komt een stukje dialoog in het eerste hoofdstuk van ‘Op de rok van het universum’. En dan weet je nog niet eens wie er aan het woord zijn in dat gesprek. De titel, ‘Op de rok van het universum’,  is ontleend aan een gedicht van Lucebert, en dat gaat zo: ‘…maar de mens verschrikt zij / en treft hem met het besef / een broodkruimel te zijn op de rok van het universum.’ De mens als nietig kruimpje, en in analogie daarmee: de lezer worstelt zich zoekend langs talloze broodkruimels, als Hans en Grietje of Klein Duimpje. Waar ligt de weg in dit boek?
De samenvatting van de uitgever luidt: ‘In een rijkgeschakeerd mozaïek voert Tonnus Oosterhoff de kettingrokende dierenarts Roelof de Koning ten tonele. Wij volgen zijn gang door het leven en die van zijn metgezellen, babyboomers zoals hijzelf. Intussen wil deze ambitieuze roman door de bijzondere vertelwijze de chaos van het bestaan voelbaar maken. De toon is vitaal én wanhopig. De opbouw fragmentarisch; toch zijn er lange lijnen. De tekst ontroert, bedwelmt, stoot af, sleept mee, is langdradig, wekt de lachlust, verwart, zet aan het denken over de wereld…’ Nader uitgelegd: in negen hoofdstukken duikt inderdaad een levensgeschiedenis op van Roelof de Koning, maar die is fors ingepakt in taalkruim: in onwaarschijnlijk veel kleine verhaaltjes, in gedachten, in citaten, en in fragmenten dialoog.

Ik zal het meteen ruiterlijk toegeven: ik ben bevooroordeeld, ik ben een bewonderaar (of misschien meer: een verwonderd lezer) van Oosterhoffs’ poëzie, en vond ‘Het dikke hart’ een prachtig boek. ‘Op de rok van het universum’ kreeg een aantal mooie recensies, onder meer op Tzum en in NRC. Beide commentaren zijn niet alleen positief, maar ook verhelderend. P.C. Hooftprijswinnaar Oosterhoff schreef bovendien het Beste Groninger Boek van 2016 , zo bleek afgelopen zondag.
Als bevooroordeelde kan ik dus opgelucht ademhalen, en loftuitend in de rij aansluiten. Maar het lijkt alsof gezwegen wordt tegen iets dat toch evident is, volgens mij: het menselijk brein houdt hier helemaal niet van. Nu ben ik geen breinwetenschapper dus ik zal het bij mezelf houden. Ik zoek plot en houvast. Oorzaak en gevolg. Begin en einde. En graag ook moraal van het verhaal, een hint van bedoeling, niet al te klip en klaar misschien, maar toch wel degelijk aanwezig.
Lieve hemel, Oosterhoff lacht ons in het gezicht uit en serveert ons de verwarrende plotjes als een circusartiest, in duizelingwekkend hoog tempo, het één na het ander. Halverwege het boek werd ik er een beetje op z’n Alice-in-Wonderlands misselijk van, en ik legde geïrriteerd het boek weg. Ik pakte mijn mobiele telefoon, tikte Facebook aan, scrollde wat door, vervolgens nog even naar nu.nl. Het boek expandeerde succesvol buiten zijn kaft; nu had Oosterhoff me pas goed te pakken. Ik moest toegeven dat ik dan misschien wel hou van plot, en dat ook verwacht in een boek, maar dat mijn wereld net zo goed bewolkt is door afleiding en fragmentjes verhaal. Verhaaltjes in het boek, verhaaltjes buiten het boek. Ik moest er om glimlachen, besloot dóór te lezen, verbazing, irritatie, emotie en gedachten te laten, gewoon te lezen. Ik las, las nog harder dan eerder – om het zo maar te zeggen – en uiteindelijk ging ik er van dromen, heel raar van dromen, ik vermoed bijna dat Tonnus Oosterhoff wel zou willen weten wat ik droomde, toen.

En waar gaat het dan over, dit pandemonium van taal? Over verhaal en leven, over dromen en denken, over dierlijkheid en menselijkheid, over alles wat gewoon gebeurt, over de lulkoek van de dagelijksheid, over het leven van een dierenarts; zomaar een leven. Over Tonnus Oosterhoff, over mijzelf, over literatuur. Sommige miniplotjes zijn die van boeken of mythen. ‘Madame Bovary’, ‘Stoner’, ‘De Tweeling’. Vast nog heel veel meer. Al lezend ging ik me voorstellen dat je het boek in delen kunt hakken, het één uit het ander kunt halen: alle verhalen met dieren in één bandje, het verhaal van Roelof als aardige novelle, alle gedachten samengeraapt in een filosofisch traktement. Goed schudden met dat boek (als detectives die bij een huiszoeking de boekenkast te lijf gaan, tenminste op televisie) en alles categoriseren; misschien is het dan te zien, te snappen.

Oosterhoff heeft een ongekend verrassend boek geschreven. Een onthutsend boek. Een boek dat je uitlacht, dat mededogen heeft, dat zacht maakt, boos, geïrriteerd, verveeld, en dat je dan weer in de lach doet schieten. Dat is het wat Oosterhoff doet: je laten zuchten over wat taal vermag.
Maar het is toch wel wat droevig, concludeer ik uiteindelijk (kennelijk toch ergens grip op gekregen). Mensen zijn nietig, en overgeleverd aan de loop van gebeurtenissen in ‘Op de rok’. Ik krab me erover op het hoofd… Wij mensen, begiftigd met rede, hebben toch zeker wel enige grip op ons bestaan? Juist door die rede zijn wij toch anders dan dieren?
Hoe redeloos is de rede is, hier vertegenwoordigd door taal, en hoe lief-dierlijk én beestachtig de mens; na lezing van ‘Op de rok’ zie je steeds minder verschil tussen mens en dier- net als de vrienden van Roelof de Koning na zijn dood concluderen dat hij zelf eigenlijk ook wel wat op een dier leek.
Wij mensen zijn vechters tegen windmolens, zie het motto, waarin Belle tegen het Beest zegt: ‘Oh, kent u dan geen schaamte? Bent u laf? Ik weet van uw krachtige klauwen! Sla ze in het leven, verdedig uzelf! Sta op en brul, jaag de dood de stuipen op het lijf!’ Het beest opent zijn ogen en spreekt lijdzaam: ‘Belle, als ik een man zou zijn, zou ik doen wat je me zegt, maar die arme beesten die hun liefde willen bewijzen weten niet beter dan zich op de grond te vlijen en te sterven.’

‘Op de rok van het universum’ is hors categorie. Het misschien wel geen boek, meer een uitvinding. Zoals ooit Lucebert (die overigens ook een liedtekst voor de Zangeres zonder Naam schreef, laten we dat in dit verband vooral niet vergeten) het gedicht opnieuw uitvond : lees het maar na.

 

4 gedachten over “Eci Literatuurprijs #4: ‘Op de rok van het universum’, Tonnus Oosterhoff”

  1. Wow, wat een mooie beeldende (zo je wilt: poetische) bespreking. Het is beslist een bijzonder boek, ik beschouw het als een boek voor de gevorderde lezer. Het is een intellectueel boek en daarom niet voor elke lezer geschikt (mag ik dit zo zeggen?). Ik was eerst verrast door die opeenstapeling van anekdotes, het ging maar door, waarom? En toen begon ik een patroon te ontdekken en begon ik het allemaal te begrijpen, onze informatiemaatschappij met die overload aan verhaaltjes, verzinsels, feitjes.

  2. Grappig, een vriend van ons, Leo Molenaar heeft een biografie geschreven over de Vlaming professor Minnaert, een astrofysicus met dezelfde titel….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *