‘Malva’van Hagar Peeters: Alice, Apologie en Elckerlyck in één

Over ‘Malva’ van Hagar Peeters hoorde en las ik slechts superlatieven. Een lijst van lovende quotes is ook opgenomen achterin de tweede druk van de roman. Dichterlijk, virtuoos, lyrisch, sprankelend, ‘stilistisch vuurwerk’, staat daar opgetekend. Deze laaiend enthousiaste ontvangst van het debuut intrigeerde mij, en maakte me zelfs wat wantrouwig. Na lezing is het lang zoeken: wat was het dat ik las? ‘Alice in Wonderland’? ‘Apologie’ van Sokrates? Of toch ‘Elckerlyck’, een allegorische moraliteit? En was het de moeite waard, of toch vooral vermoeiend?

Het kind met het waterhoofd
‘Malva’ gaat over de op achtjarige leeftijd gestorven dochter van de Chileense dichter Pablo Neruda. Haar graf in Gouda werd in 2004 bij toeval ontdekt; het vormde de aanleiding voor dichter Hagar Peeters om te beginnen aan haar romandebuut. Dichter  en Nobelprijswinnaar Pablo Neruda kwam op voor verstotenen en onderdrukten, waarvan hij ook politieke spreekbuis werd, maar hij ontkende het bestaan van zijn eigen dochter. Zij werd geboren met een waterhoofd en had voortdurende zorg en aandacht nodig. Dat Neruda zich van dit behoeftige kind afkeerde, is de leidraad voor het verhaal.

Hoe meer zielen…
Het is zonder meer een uitzonderlijk verhaal geworden, en dat komt onder meer door Peeters’ brede materiaalkeuze. Want niet alleen is er het ontdekte graf en het achterliggende levensverhaal van Malva, ook was Peeters’ eigen vader, journalist Herman Vuijsje, in Chili toen Neruda stierf, op 25 september 1973. Hij liep mee in de grootse begrafenisstoet van het spontaan rouwende en opstandige volk, in Santiago de Chile, en maakte aantekeningen in een schrijfblok. Het boek gaat dus over dochter Malva en vader Pablo, maar ook over dochter Hagar en vader Herman. Bovendien heeft, zo lezen we later (als we er niet bijna per ongeluk overheen lezen), ook Hagars vader haar bestaan jarenlang ontkend.
Alsof dat al niet ruim voldoende  stof voor schrijven is, worden de bladzijden bevolkt door een bonte stoet van personages. Zoals de verstoten kinderen die zich met Malva ophouden in het hiernamaals: Lucia, de schizofrene dochter van James Joyce, Daniel, zoon van Arthur Miller met Downsyndroom, en het personage Oskar Matzerath, de dwergachtige verteller in ‘De Blikken Trommel’ van Günter Grass – het gaat dus zowel om echte kinderen als om fictieve.
Ook wordt het boek gevuld met de literaire grootheden in Neruda’s omgeving, zoals Frederico Garcia Lorca. Wislawa Szymborska  is Malva’s gedroomde oma in het hiernamaals, en Roald Dahl, Goethe en Sokrates figureren in verschillende scènes. Doden, levenden; het kan allemaal. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.
Het boek waaiert geografisch uit van Batavia, waar Malva’s vader en moeder elkaar ontmoeten, naar Buenos Aires, Santiago, Madrid, Gouda, Westerbork en Sobibor. Politiek hebben we het dan over de koloniale tijd, de Spaanse burgeroorlog, de militaire dictatuur van Pinochet in Chili, de opkomst van het nazisme in Europa. En Peeters schroomt niet om ook nog aandacht te besteden aan de gifbeker van Sokrates. Het boek gaat op vele manieren over machthebbers en machtelozen, en over de kracht van zowel observatie als verbeelding.

De macht en machteloosheid van het geschreven woord
Het kaft wordt gesierd door de afbeelding van een condor, met gespreide, alomvattende vleugels. En als een condor gaat alwetende verteller Malva te werk: ‘… die volgens de mythologie van de Andesbewoners op aarde morsig aas eet en daarna opstijgt naar de bergen, (…) zo markeer ik de poort tussen het trieste leven dat aan mijn dood voorafging, en het schitterende verhaal dat ik daarvan na mijn dood gemaakt heb (…). En ik doe het speciaal voor mijn vader, die me in het leven verloochende. Opdat hij het zal weten. Of anders wel de wereld.’ Haar vader is dus Malva’s prooi, zij zal met haar verhaal zijn onachtzaamheid verslinden. Ze kondigt de doelgerichtheid van een roofdier aan, maar dat is slechts ‘op papier’. Want Malva draait juist heel veel om de hete brij heen, ze strooit met woorden, maakt lange zinnen, en stort zich van de ene scène in de andere. En hoewel ze dichterlijke taal gebruikt, is ze ook de eeuwige observant, en doet ze nauwlettend verslag van minieme bewegingen zoals het struikelen van haar moeder in het bos, het zuchten van de zee, de argumenten, gedichten en gevoelens van de mensen die in haar verhaal voorkomen.
Malva’s leven was door haar ‘malformatie’ (haar waterhoofd) pijnlijk, verdrietig en kort. Maar inderdaad lezen we uiteindelijk vooral een ‘schitterend verhaal’, vol scènewisselingen in steeds nieuwe rolbezetting, en raken we eigenlijk helemaal niet zo erg verdrietig. Komt dat door de veelheid van woorden, of door de verslaggevende toon die daar onder ligt? In hoofdstuk 24 zegt Malva: ‘Mijn gedachten dwarrelen al met de bladeren. Altijd maar mijn eigen praten. Zo is het om dood te zijn. Alleen je eigen stem en die niet te kunnen laten klinken, als begraven in je eigen hoofd, zo is het.’ En zo heb ik het als lezer ook ervaren; ondanks de vele personages in het boek, is het Malva’s stem die je hoort. En ondanks dat Malva breeduit vertelt over emoties en gedachten, en over haar drijfveer in de richting van haar vader; toch ontbreekt het in het verhaal aan urgentie. Malva dwaalt voortdurend af, zij kan als dode immers van de ene scène naar de andere hoppen, op de rug van paarden over de steppen van het hiernamaals draven of in gesprek gaan met Szymborska, of alsnog haar eigen dood herbeleven.
Malva kan alles, maar alleen op papier. Malva kan dus tegelijkertijd niets, niet echt, het verleden zal niet veranderen. Net als de gedichten van Neruda Pinochet niet konden verslaan, en de argumenten van Sokrates de gifbeker niet aan hem voorbij lieten gaan.
Of kan Malva juist álles, op papier? In de laatste bladzijden van het boek beschrijft ze hoe haar vader trots haar aanwezigheid kenbaar maakt aan tweeduizend verzamelde vrienden. En Malva danst op tafel. Dat zal nooit gebeurd zijn, het lijdende en topzware meisje kon niet eens lopen. Peeters speelt intelligent met het thema van macht en machteloosheid van het geschreven woord. Ze intrigeert daarmee, maar ze speelt ook hoog spel want ze vraagt buitengewoon veel van de lezer. Peeters geeft het woord veel macht – en misschien is dat niet vreemd voor een dichter-, maar slaat het verhaal regelmatig vleugellam.

Waarom, Neruda?
Na lezing weten we bovendien nog steeds niet waarom Neruda dat nou deed, zijn dochter zo in de steek laten. Hij deed het gewoon. Neruda komt naar voren als een vrij vervelende, egocentrische man, waarbij ik me nauwelijks betrokken voel gedurende het lezen. Het verhaal ís vleugellam, woorden zijn niet bij machte vragen te beantwoorden- ook daar vinden we een analogie, ditmaal met de grote vragen van de geschiedenis: we kunnen over Jodenvervolging of over de Twin Towers vertellen, maar het waarom van handelen blijft steeds opnieuw hetzelfde waarom.

Wat is het en wat vinden we er van?
In het materiaal brengt Peeters met groots gemak levensgrote thema’s in beeld. Het boek is een brede armzwaai, gul en erudiet, vol taal en kennis. Dat is knap, en uniek in ons taalgebied. Het boek is echter ook verwarrend. Ik werd er soms een beetje misselijk van, overvoerd door woorden, zoals ik had bij het lezen van ‘Alice in Wonderland’, te raar, te veel, onlogisch ook. Alice, net als Malva, machtig en machteloos, gevangen in een wereld van verbeelding. Dan weer dacht ik aan de Apologie van Plato, die de verdedigingsrede van Sokrates daarin optekent: één persoon aan het woord, via een ander, pogend een gelijk te halen, analytisch redenerend. Of was het een moraliteit die ik las, schetsmatig van opzet, met personages die maar geen echte karakters willen worden maar die meer zinnebeelden zijn? Over al wat ons mensen overkomt in onze rollen van machtigen en machtelozen? Als was ‘Malva’ een soort Elckerlyc; niets menselijks is ons vreemd (hoe vreemd en misvormd ook)?
Elke lezer zal zo vast zijn eigen echo’s hebben, misschien ook naar de geestenrijke werelden van de Latijns-Amerikaanse literatuur of naar bepaalde poëzie. In de opzet van sommige delen van de tekst kreeg ik sterk het idee dat het boek zich leent voor een toneelstuk. Er staat nog net geen ‘doek’ hier en daar vermeld (misschien iets voor Ivo van Hove?). De verwarring waarin ik als lezer raakte, leidde me af. Je voelt je soms ook wat gepiepeld, steeds op het verkeerde been gezet. Toch snap ik de recensent die het over ‘vuurwerk’ had; literaire vormen en gedachten over genre schoten als pijlen en sterren door mijn hoofd.
Uiteindelijk ga ik niet helemaal mee met het koor van elkaar overschreeuwende recensenten. (Ik ben altijd wantrouwig als men zo eensgezind is, want waarom is het precies dat de rijen zich sluiten?) Ik vond ‘Malva’ namelijk niet zo fijn om te lezen, ik vond het erg veel en vol. Zinnen zijn veelal lang. Dat hoeft niet erg te zijn maar in ‘Malva’ storen woorden en tussenzinnen, soms zelfs hele alinea’s. Het is knap gedaan, het intrigeert, maar er is ook afstand, een talig rookgordijn, een gebrek aan urgentie. Ergens wringt het. Moet een boek dan eigenlijk fijn zijn om te lezen? Fijn is een rekbaar begrip, daarom als slotconclusie: ‘Malva’ overtuigt wel, maar overmeestert niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *