Het is niet alles goud wat er blinkt: ‘Al wat schittert’ van Eleanor Catton

Over de roman ‘The Luminaries’, vertaald als ‘Al wat schittert’ zijn twee dingen het allervaakst gezegd: het is het dikste boek dat ooit de Man Booker Prize won (in 2013), en het is geschreven door een 28-jarige schrijver; daarmee was zij de jongste ooit die deze prijs won. De Libris boekhandels doen er nog een schepje bovenop door het boek  uitzonderlijk laag te prijzen, voor €6,95 krijg je de 832 pagina’s mee naar huis. Allemaal zaken die je volkomen vergeet, als je eenmaal door dit bijzondere boek gegrepen bent. Is het een historische roman, een Victoriaanse vertelling, een whodunnit, of toch uiteindelijk een klassiek liefdesverhaal? Het antwoord op deze vraag ligt besloten in de titel van het boek.

Het eerste bedrijf: op het toneel van de whodunnit
‘Al wat schittert’ speelt zich af in Hokitika, een ruig stadje aan de Westkust van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland, ten tijde van de goudkoorts, rond 1866. Walter Moody, een jonge Engelsman, komt aan in Nieuw-Zeeland. Hij wil ver van zijn familie zijn fortuin gaan maken, maar valt per ongeluk middenin een besloten bijeenkomst van twaalf mannen, die allemaal op de één of andere manier zijn betrokken bij de dode kluizenaar Crosbie Wells, de verdwenen gefortuneerde goudzoeker Emery Staines, en de buiten westen geraakte prostituee Anna Wheterell. Het boek opent met het hoofdstuk waarin Moody de rookkamer van het hotel binnenstapt, waar het gezelschap zich heeft verzameld. Na enige aarzeling besluiten de heren hem alle verhalen uit de doeken te doen.
Allen zijn op de één of andere manier gecompromitteerd geraakt in de opeenvolging van gebeurtenissen. Het lijkt alsof Moody, door het aanhoren van alle verhalen, de rol krijgt toegewezen van detective. Die, temidden van het gezelschap, na het luisteren de mist zal doen optrekken en zal vertellen wat er nu werkelijk is gebeurd, door het met elkaar in verband brengen van schijnbaar futiele details. Moody is immers de nieuwe speler op het toneel, hij lijkt een neutrale positie in te nemen en hij is relatief intelligent. De gedoodverfde favoriet voor de detectiverol, dus.

Motief: to have or not to have
Maar hoewel de verhalen lijken te gaan over de vraag hoe één en ander precies is verlopen, wordt duidelijk dat de mannen allemaal een motief voor hun handelen hebben, dat samenhangt met bezit en begeerte; het willen hebben van goud, van materie (van een scheepskist tot vastgoed) van een belangrijke positie, of van een ander mens. Bezit of verlies is de motor van verhaallijnen, en daarin blijkt ook Moody niet neutraal.
Natuurlijk, Hokitika is een goudzoekersstadje; het delven van goud uit de mijnen vormt er het bestaan. Ook de twee belangrijkste vrouwelijke personages, Anna Wetherell en Lydia Wells, spelen een rol die verbonden is met bezit. Anna wordt als prostituee door mannen gekocht, gedrogeerd en beroofd van haar waardigheid. Bovendien wordt van haar lichaam (om precies te zijn; uit haar jurk) goud gedolven. Anna wordt zo in feite als ‘mijn’ op twee manieren leeggeroofd. Vaak spelen die gebeurtenissen zich af als Anna onder invloed van opium, slapend of buiten bewustzijn is. Lydia Wells berooft en bedriegt juist anderen, en doet dat ad rem en bewust. De aan Moody vertelde verhalen vormen zo een intrigerend web waarin hebberigheid de leidende drijfveer lijkt. ‘Al wat schittert’ is het verblindende goud, ‘The luminaries’ zijn zo bekeken de brokjes en klompen goud waar alles om draait.

Een Victoriaanse twist
Het is de moeite waard om het filmpje op youtube te bekijken, waar Eleanor Catton uit het openingshoofdstuk voorleest. Het geeft een aardige indruk van de manier waarop Catton haar scènes schetst. In het gedeelte dat zij leest wordt ook duidelijk dat we te maken hebben met een alwetende verteller. Alle personages die de lezer leert kennen, worden uitgebreid getypeerd, zowel in uiterlijk als qua karakter. Over Moody bijvoorbeeld: ‘Zijn voorhoofd en kaken waren vierkant en hij had een rechte neus en een gave huid. Hij was nog geen achtentwinig, vlug en precies in zijn bewegingen en in het bezit van de schalkse, onverdorven vitaliteit die van goedgelovigheid noch gewiekstheid getuigt. Hij deed denken aan een discrete en scherpzinnige butler, met als gevolg dat hij vaak door de meest zwijgzame types in vertrouwen werd genomen (….).’
De roman is gesitueerd in de Victoriaanse tijd, en doet zich in eerste instantie ook enigszins voor als een Victoriaanse vertelling. Realisme, oog voor sociale verhoudingen en het auctoriale vertelperspectief; even lijkt het of we de nieuwste Charles Dickens lezen.

Een roman lezen als het maken van een bergtocht
Maar vergeet niet het ‘bericht aan de lezer’, helemaal voorin het boek. Daarin wordt de twintigste eeuw omschreven als ‘een era van spiegels, vasthoudendheid, instinct, dualiteit en verborgen zaken.’ Aha, misschien toch niet Charles Dickens, maar meer Umberto Eco! Aan Eco moet ik ook denken omdat de eerste hoofdstukken van ‘Al wat schittert’ wel wat vergen van de lezer. In één van de naschriften bij zijn beststeller ‘De naam van de roos’, vertelt Eco dat zijn vrienden hem adviseerden de eerste honderd bladzijden van deze roman wat in te korten, omdat het hen niet meeviel er een beetje in te komen. Dit weigerde Eco pertinent, omdat het volgens hem hoorde bij het onderwerp en het ritme van dit specifieke boek: ‘Een roman binnengaan is als het maken van een bergtocht: je moet leren op een bepaalde manier te ademen en met een bepaalde pas te lopen, anders kun je meteen niet meer verder.’
Als we ons met die gedachte van Eco in het achterhoofd overgeven aan de verhalen in ‘Al wat schittert’, zijn we volop gearriveerd in Hokitika. Je ziet het goudzoekersstadje voor je, de primitiviteit ervan, de kolkende zee en schepen die schipbreuk leiden voor de kust, de bergen op de achtergrond, stoffige wegen en vuige hotels. Je moet je hoofd erbij houden, want de verhalen bevatten een onwaarschijnlijke hoeveelheid details en plotwendingen. Het bouwt zich op als een rijkgekleurd borduurwerk, met duizenden kleine kruissteekjes. Catton verrichtte monnikenwerk met deze historische roman, en ook daarin zit wel wat gelijkenis met ‘De naam van de roos.’

Een cirkel zonder einde en begin
Moody luistert naar de verhalen van de twaalf mannen, en als lezer wordt je alsmaar benieuwder naar hoe het nou zit. Bij pagina 371 zijn de verhalen verteld, en je verwacht na het omslaan van de bladzijde dat het vuurwerk van ontrafeling meteen een aanvang zal nemen. Maar nee, het leven gaat gewoon door: ‘Er zijn drie weken verstreken sinds Moody voor het eerst voet aan wal zette, sinds de twaalf heren in het geheim in de Crown vergaderden (…)., aldus de opening van het tweede deel. Het lijkt het echte leven wel. Geen lineair verhaal dus, met kop en staart, maar wacht eens even: was daar niet ergens in het eerste deel al op gehint?
Op pagina 119 staat het; als Thomas Balfour aan het Maori-personage Te Rau Tauwhare vraagt wat de naam van het stadje, ‘Hokitika’, betekent. Eerst lezen we: ‘Te Rau Tauwhare zuchtte. Hokitika. Hij wist wat het betekende, maar kon het niet vertalen. Zo ging het vaak tussen die twee talen, Engels en Maori: de woorden uit de ene taal hadden niet echt een equivalent in de andere.’ Maar, even later:
‘ Eindelijk stak Tauwhare zijn wijsvinger omhoog en hij beschreef een cirkel in de lucht. Toen zijn vinger weer op de plek was waar hij was begonnen, priemde hij snel met zijn vinger in de lucht om aan te geven waar het vertrekpunt was. Maar je kunt geen bepaald punt op een cirkel markeren, dacht hij: als je dat doet, verbreek je de cirkel en dan is het geen cirkel meer. ‘Zo moet je het begrijpen, zei hij; en het speet hem dat hij de Engelse woorden moest uitspreken om het begrip te benaderen. ‘Rond’. En dan weer terug naar het begin.’’(p.119).
In Hokitika is het universum dus rond, zonder aanwijsbaar begin en einde. Er is een circulaire loop van gebeurtenissen en die loop hangt samen, zo wordt gesuggereerd, met een astronomische of astrologische structuur. Elk van de personages heeft een teken van de dierenriem, waarvan wikipedia een overzichtelijk lijstje presenteert. En elk hoofdstuk is genoemd naar de stand van sterren en planeten. ‘The luminaries’ betekent natuurlijk ook ‘de hemellichamen’.

Wassende en afnemende maan
Telt het eerste deel 371 bladzijden, dus bijna de helft van het boek, de delen erna zijn veel korter. De verhaallijnen worden verder uitgesponnen, er komen nieuwe verhalen bij en er ontstaan gebeurtenissen die voortkomen uit het vorige. De afmetingen van de delen en hoofdstukken kunnen in verband gebracht worden met het wassen en afnemen van de maan. Is het verhaal eerst tot bolrond opgeblazen, daarna neemt de tekst steeds meer af, tot er uiteindelijk aan het einde van het boek flintertjes overblijven, als het smalle nageltje van de maan aan een donkere hemel.

Een nieuwe inrichting van het universum
Bij aanvang van deel vier zien we changementen op het toneel. We belanden dan plotsklaps in een rechtszaakroman. Het zijn Anna en Emery tegen wie rechtszaken worden gevoerd, en Walter Moody ontpopt zich van ineffectieve detective tot gedreven advocaat van het tweetal. Hij werpt licht op (‘illuminates’) diverse zaken, waarbij hij in een vaardig spel van onthulling en verhulling komt tot een overtuigend betoog.
Daarmee ontstaat een nieuwe machtsbalans in het universum Hokitika. Eerst was Anna als verslaafde hoer (dat woord wordt voortdurend expliciet gebruikt) verdorven en verworpen. Emery Staines daarentegen was rijk en machtig. In dit hoofdstuk raakt Emery berooid en wordt hij schuldig bevonden, terwijl Anna rijkdom verwerft en haar waardigheid terugkrijgt. Anna en Emery spelen de rollen van zon en maan, die in de loop van het verhaal van positie wisselen.

Terug naar het begin
We belanden dus in een rechtszaakroman, maar óók in het begin van een verhaal. Want deel vier opent met het verhaal van Anna, die verwachtingsvol een eerste blik werpt op Nieuw-Zeeland, waar ze vanuit Engeland naartoe reist. In afwisseling met de rechtbankscènes lezen we hoe het is gegaan; hoe Anna en Emery elkaar onbevangen ontmoetten op zee. En hoe ze beide, min of meer zodra ze voet aan wal zetten, ten onder gaan in de strijd om bezit.
Heel subtiel neemt de tekst af, maar weten we ondertussen meer. En ontdekken dat er al die tijd eigenlijk heel eenvoudig liefdesverhaal verborgen lag onder alle verhaallijnen. Een verhaal van twee jonge mensen, die verliefd worden, die voorbestemd lijken. Nee, het is niet alles goud wat er blinkt in dit vuistdikke boek. Anna en Emery staan buiten de bezitsorde, en alszodanig zijn zij uiteindelijk de meest waarschijnlijke ‘luminaries’; verlicht door liefde voor elkaar. Zo blijkt het antwoord op de vraag, waar dit boek over gaat, in de titel te vinden. Daarbij moet gezegd dat de titel die voor de Nederlandse vertaling werd gekozen, niet zo sterk is als de gelaagde Engelse.

Eind goed, al goed?
En zo loopt het boek ten einde, en krab je je als lezer nog eens op je hoofd. Lang niet alle vragen vinden een antwoord, en ook lijken zaken stomtoevallig gewoon mis te lopen. Verward vraag je je af of je nu naar het einde toe wel genoeg hebt opgelet, of dat het werkelijk zo is dat er losse eindjes liggen. Je weet dan allang dat een schrijver van Cattons kaliber heus niet per ongeluk iets is vergeten, dus hoe zit dat dan?
Misschien is het in dit boek zoals ook het leven soms is; dingen gebeuren, de tijd tikt door en bepaalde raadsels blijven. En misschien is het uiteindelijk ook allemaal niet zo van belang, in het licht van de liefde. Liefde, dat kun je niet kopen, dat kan je overkomen zoals het Anna en Emery overkomt. Dit onderdeel van het boek is geen doorwrocht verhaal, het is van een ontroerende eenvoud en helderheid. Het is een op een andere manier verteld verhaal, vanuit een ander register. Net als dat het schort aan vertaalbaarheid van het Maori naar het Engels, staan ook de taal van het bezit en de taal van de liefde op gespannen voet met elkaar.

Eleanor Catton: ster aan het literaire firmament
De opzet van het boek maakt nieuwsgierig naar hoe ze dit eigenlijk heeft gedaan, in ambachtelijke zin. Ooit was ik bij een interview voor publiek met de Nederlandse schrijver Thomas Rosenboom, die uiteenzette hoe hij voor zijn roman ‘Gewassen Vlees’ grote rollen papier op de muur bevestigde, en daar schema’s op tekende om overzicht te houden. Catton zal toch ook iets moeten hebben gedaan om de hele literaire onderneming in de hand te houden, meer dan alleen het schetsen van astrologische structuren, maar ik ben er nog niet achter wat.
Misschien dat er in de gesprekken die online te bekijken zijn met Catton (bijvoorbeeld met Robert MacFarlane of Fanny Kiefer) toch nog ergens een antwoord schuilt. Mocht je niet deze vergaande interesse voelen opwellen na het lezen van ‘Al wat schittert’, kijk dan alléén het korte filmpje waarin ze de Man Booker Prize wint, en met trillende stem haar dankwoord uitspreekt, waarin ze elk van haar concurrenten met naam en toenaam noemt. Irrelevant, maar óh wat mooi, en daarna snap je ook wat beter dat men maar blijft zuchten hoe jong ze is (eigenlijk bedoelen we dan ook: hoe knap, hoe charmant), en hoe dik het boek.
Hoe ze het ook deed, ze deed het, en hoe! Catton schreef een uniek boek waarin ze speelt met diverse genres, en waarin ze heel strak de verhalende teugels in handen houdt. Ondanks de hoge dichtheid van beschrijven en vertellen biedt het boek nog veel meer, zoals de vraag hoe liefde overleeft in een wereld waarin alleen bezit relevant is. In onze eeuw van ‘spiegels’ omvat deze reflectie dus een belangrijke hedendaagse morele vraag. ‘Hokitika’ kent immers geen begin en einde; en zo is de cirkel weer rond; dit décor is uiteindelijk niet persé 19e-eeuws, het zegt iets over het toneel van nu. Het staat nergens, maar ook in onze tijd biedt bezit reden voor grootse problemen, voor mysteries en verhalen; denk alleen maar aan de bankencrisis of de Panamapapers. Subtiel en knap gedaan, dit is wat mij betreft wat literatuur kan en moet doen.‘Catton vestigt zich definitief als een ster aan het literaire firmament’, staat in de intro van het boek. Ik kan er alleen maar van harte mee instemmen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *