‘As in tas’ van Jelle Brandt Corstius – zeg maar gerust een meesterwerk

Als ik ‘As in tas’ van Jelle Brandt Corstius dichtsla – te snel, het boek heeft slechts de omvang van een novelle- overvalt me de gedachte dat dit een meesterwerk is. Ik neem de tijd om daar om te lachen. Halverwege het boek, waarin de verteller van Amsterdam naar de Middellandse Zee fietst om daar de as van zijn vader te verstrooien, krijgt hij een sms-je: “’Hoe gaat het rouwen?’ vraagt een vriend. Het is altijd schrikken als iemand die je hoog hebt zitten ineens een stompzinnige opmerking maakt.” Mijn eigen lachen om de gedachte ‘meesterwerk’ wordt veroorzaakt door de meteen daarop volgende gedachte: dat de schrijver dit ook vast een stompzinnige kwalificatie zal vinden. Je ziet hem al voor je, stilzwijgend ironisch commentaar gevend- met zijn ogen, de trek om zijn mond? Mede door dit boekje heb je nu immers het gevoel dat je hem kent, die Jelle. En ‘meesterwerk’… zo’n groot, bombastisch woord. In een tijd waarin de boekomslagen schreeuwend van superlatieven in de boekhandel liggen, is het misschien beter om je niet te bezondigen aan het loftuitende genre, dat al zo sterk aan inflatie onderhevig is.

Toch hou ik het graag even vol. Ja, ik weet het: je leest het boek zó uit, met een glas wijn in je hand terwijl je staat te koken. Nergens wordt het ingewikkeld of hoogdravend, nergens bekruipt je het gevoel dat je er echt even voor moet gaat zitten, nee, mócht je gaan zitten, dan komt de verteller er gezellig naast. Babbeldebabbel, gewoon een aardig boekje, nietwaar?

Nee, niet waar. In de beperking toont zich de meester, heb ik weleens gehoord. ‘As in tas’ is een zeer beheerst geschreven boek. Brandt Corstius heeft zich beperkt tot het beschrijven van een fietstocht met de as van zijn vader in een tas- en op zijn reis vertelt hij daarbij over zijn vader. De achteloze zinnen zijn zeer stijlvast, de alinea’s helder.  Het lijkt misschien alsof de verteller zich aan jou uitlevert, aan de lezer, met een alledaagse ‘let-maar-niet-op-mij’-kwetsbaarheid. Maar in feite is het precies andersom, en ben je als lezer al na twee bladzijden volledig ingepakt door de schrijver.

Eigenlijk heb ik daar al genoeg mee gezegd. Maar er is meer dat me voor het boek inneemt. Is Frankrijk nog steeds het meest favoriete vakantieland van Nederlanders? Nooit heb ik het Franse platteland zo uitgesproken lullig, troosteloos en van grauwe wanhoop doordesemd gezien als in ‘As in tas’. Nooit dus zo mooi en onverwacht grappig. Er valt in feite in elk hoofdstuk wel wat te lachen, sterker nog: ik heb hardop zitten schateren in een volle intercity – iets dat mij nooit eerder is overkomen.

De verteller, Jelle, leest Karl Ove Knausgård op zijn reis naar het Zuiden. Zijn kwalificaties van dit werk komen een heel eind in de richting van wat ik daar zelf van vond- wat mij betreft een oeverloos saai, egocentrisch-minutieus verslag (‘Dit is geen literatuur’,  schreeuwde ik boos na het lezen van het eerste deel- oké, misschien een beetje kinderachtig). Maar op den duur maakt Jelle de observatie dat Karl Ove misschien zo krankzinnig gedetailleerd schrijft, ‘als een soort bezwering van zijn liegende vader. Dat hij wil laten zien wie hij echt is, zoals zijn vader zich nooit aan hem heeft laten zien.’ Hoewel je net zo goed zou kunnen aannemen dat Karl Ove vooral veel beter heeft leren liegen dan zijn vader, is die gedachte van Jelle boeiend. Zou Jelle Brandt Corstius misschien een zo nadrukkelijk gewoon boek hebben geschreven, omdat zijn vader zich juist nogal eens manifesteerde als een, hoewel briljant, ook wandelend- schrijvend- rariteitenkabinet?

Frankrijk is geen zonovergoten naar lavendel geurend culinair paradijsje, en wat Jelle voelt en ervaart tijdens de reis wordt eveneens totaal zonder franje opgediend. Van koukleumen in de tent, tot aan het moment van het as uitstrooien aan toe- het zijn absoluut geen ronde verhaaltjes waarin de verteller gelouterd zijn exempel opdient aan de hongerige lezer- geen Celestijnse beloften of eten, bidden en beminnen hier.
Wil Jelle ook naturel ‘laten zien wie hij echt is?’ Het lijkt er verdacht veel op- de schrijver heet Jelle, de ik-persoon heet Jelle, Jelle voelt heel gewone, herkenbare (lullige) dingen, waardoor we de indruk krijgen deze grappige jongen persoonlijk te kennen (dit gevoel wordt in het boek overigens fraai gepersonifieerd door drie Nederlanders die Jelle onderweg tegenkomt!).

Jelles vader is dood, hij is ‘As in tas’, hij is een verhaal in een boek, hij is het verhaal van Jelle. Brandt Corstius stapt in een lange traditie met namen als Franz Kafka, Philip Roth, Danilo Kis, Edward St. Aubyn (en, vooruit, Karl Ove Knausgard), die allen schreven over de hermetische wereld van vader en zoon.
In ‘Brief aan zijn vader’ van Kafka richt de verteller zich tot de vaderfiguur: ‘Als de wereld alleen uit u en mij bestond, een veronderstelling die voor mij zeer voor de hand lag…’ en, even later: ‘Wat ik schreef handelde ver u, ik klaagde daarin immers alleen over wat ik aan uw borst niet kon uiten. Het was een opzettelijk lang uitgesponnen afscheid van u, alleen dat het wel door u was afgedwongen, maar in de richting die ik vaststelde verliep.’ Het schrijven is voor de zoon de manier om te ontsnappen aan de vader, door nu zelf regie te nemen, zelf de richting vast te stellen. Tegelijkertijd lijkt er niet te ontkomen aan de vader, en gaat het geschrevene steeds weer op de één of andere manier over hem. Dat maakt de literaire werelden van deze auteurs hermetisch; ze vormen zowel kooi als ontsnapping.

Ook in ‘As in tas’ hebben we alleen te maken met de vader en de zoon, en een heleboel voorbijgangers. Zelf als Jelle de as verstrooit, lezen we:‘Ik wil mijn zussen bellen, maar ik heb geen bereik.’ Voorbijgangers, zussen; ze doen niet echt mee. Het gaat hier om Jelle en om Jelles vader, en om wat Jelle doet met zijn nalatenschap. De as, de herinneringen; het feit dat hij zijn vaders zoon is. Hij heeft wel bepaalde opvattingen over wat het is dat zijn vader hem gebracht heeft, en hij schrijft daar ook over. Maar waar hij niet over schrijft, terwijl dat tegelijkertijd in elke zin besloten ligt, is dat hij net als zijn vader een schrijver is, waar je niet omheen kunt.

In het hoofdstuk  ‘Mirabel- Avignon’ komt de herinnering opzetten aan een dag waarop Jelle besluit weg te lopen, met zijn zussen. Om zijn vader ongerust te maken. Na twee uur komen ze weer thuis; zijn vader heeft niets gemerkt van de opstandige exercitie. De stijl en vorm van het verslag van de reis van Amsterdam naar Sainte-Maries-De-La-Mer  lijkt, behalve in die passages die té lachwekkend of ontroerend zijn, soms ook gekozen om niet al te veel op te vallen. Dat zegt vooral dat Brandt Corstius kán kiezen, net zoals hij precies kiest hoeveel van zijn vader hij mee wil nemen op zijn reis (een koffiekopje, niet al te veel dus). Het ‘laten zien wie hij echt is’ wint ons als lezers voor hem- we slikken alles voor zoete koek. Maar – wie is iemand echt?
Jelle is niet onze nieuwe beste vriend, we kennen hem niet. Degene die we door dit boek leren kennen is de schrijver, en die schrijver gaat niet meer ongemerkt op reis. Sterker nog, hij weet je flink te raken, en dat valt behoorlijk op. ‘As in tas’ is zo bekeken een geslaagde, beheerste  literaire constructie.
De Italiaanse schrijfster Elena Ferrante (ofwel de persoon die zich achter dat pseudoniem verschuilt) zegt in een interview met de Paris Review: ‘Literary truth is entirely a matter of wording, and is directly proportional to the energy that one is able to impose on the sentence.’Jelle in ‘As in tas’ bedwingt de bergen met zijn energie, Jelle de schrijver bedwingt zijn zinnen, bespeelt zijn lezers. Een meesterproef. Hou ‘m in de gaten, die Jelle!

Jelle Brandt Corstius: ‘As in tas’
Das Mag Uitgevers, maart 2016.

6 gedachten over “‘As in tas’ van Jelle Brandt Corstius – zeg maar gerust een meesterwerk”

  1. Natuurlijk heb ik As in Tas gelezen en ik ga het aanbevelen aan mijn leesvriendinnen. Wat een mooi boek. Hoe Jelle doorzet als hij over de bergen fietst en dan van alles verzint. Hilarisch! Hoe hij nuchter tegen alles aankijkt in Frankrijk… en hoe hij over zijn vader schrijft. Hij vertelt dat hij eigenlijk al lang afscheid had genomen van zijn dementerende vader…Ontroerend mooi!

  2. Een boekje als een gebakje. Je wordt er blij van, het tovert een brede glimlach op je geIcht, hapt heerlijk weg, geeft een kortstondige kick en is, vrees ik, ook weer snel vergeten. Maar het doet wat een boek moet doen: onderhoudend zijn (dat lukt prima) en als je er al lezend nog wat van opsteekt (minder gelukt), dan is dat mooi meegenomen. JBC mag van mij meer van dit soort amusante reisverslagen schrijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *